Gordels

Om een bevestigpunt op het lichaam te creëren werden in de beginjaren van de berg- en speleologiesport  gordeltjes van touw geknoopt. Hangen in een geknoopte gordel was niet echt comfortabel dus bedacht men gordels van bandmateriaal dat aan elkaar gestikt werd. Weer later werden de gordels voorzien van een polstering om het snijden van de banden tijdens het hangen tegen te gaan. Tegenwoordig worden er gordels ontwikkeld speciaal voor het werken op hoogte. Elke  methode voor het werken op hoogte vraagt zijn eigen manier van bevestiging op het lichaam. Vandaar dat er verschillende soorten gordels verkrijgbaar zijn. Deze gordels kunnen in drie categorieën ondergebracht worden:
- Valgordels: (simpele) integraalgordels.
- Positioneringgordels: zitgordels, integraalgordels of heupbanden.
- Reddinggordels: reddingsstrop of evacuatiedriehoeken.

Valgordels
Valgordels zijn vaak eenvoudige gordels, uitsluitend ontworpen om in te vallen. Ze zijn zo ontworpen dat zij in verschillende stadia van een val het lichaam het gunstigst sturen en de klap opvangen.
Een valgordel heeft een inbindpunt hoog op de rug (dorsaal) en/ of op de borst (sternaal). De inbindpunten boven het zwaartepunt van het lichaam zorgen dat men na een val altijd met het hoofd naar boven komt te hangen. Daarnaast zorgen ze ervoor dat de kracht tijdens een val wordt verdeeld over het lichaam en de grootste kracht opgevangen wordt door het bekken, welke deze het beste aankan. Ook na de val zorgen de hoge inbindpunten dat het lichaam in een rechte of zittende positie blijft hangen. Passieve systemen zoals valdempingsmiddelen moeten altijd aan de borst of rug worden bevestigd. De voorkeur gaat uit naar het borstinbindpunt. Dit heeft als voordeel dat men na een val in een betere positie hangt om het systeem te kunnen inspecteren en een zelfredding uit te voeren. Mocht men na een val buiten bewustzijn raken, dan is bij gebruik van het voor-inbindpunt de kans dat de luchtwegen vrij blijven groter, doordat het hoofd naar achter hangt.

Positionerings- en zitgordels
Deze gordels of heupbanden zijn enkel ontworpen om de gebruiker tijdens werkzaamheden ondersteuning te bieden. De gordel of heupband heeft twee inbindpunten aan weerskanten van de buik boven de heupen (lateraal). Dit soort gordels wordt vaak gebruikt voor het klimmen in palen en masten. Een verstelbare band wordt aan een inbindpunt bevestigd en gaat daarna om de paal heen waarna hij wordt bevestigd aan het andere inbindpunt. Door naar achteren te leunen kan de gebruiker zich positioneren. Zitgordels EN813 met een inbindpunt in het midden op de onderbuik (ventraal) vallen ook onder de positioneringsgordels. Deze worden veel gebruikt voor werkzaamheden waar men in de gordel moet hangen. Een laag inbindpunt voor heeft dan als voordeel dat men in een goede zithouding hangt en makkelijk bij het inbindpunt kan om bijvoorbeeld de afdaler te regelen. Zitgordels worden vrijwel altijd in combinatie met een borstgordel gebruikt. Sommige fabrikanten brengen borstgordels op de markt welke in combinatie met een zitgordel voldoen aan de valgordel norm EN361. Let wel op: positionerings- inbindpunten mogen nooit gebruikt worden om in te vallen.

Valgordels moeten voldoen aan de norm EN361
Alle inbindpunten moeten een statische belasting van 15kN gedurende 3 minuten opwaartse richting kunnen weerstaan.
Alle inbindpunten moeten een statische belasting van 10kN gedurende 3 minuten benedenwaartse richting kunnen weerstaan.                               
De valgordel moet een 4 meter vrije val met een gewicht van 100Kg aan een 2 meter leeflijn kunnen houden.

Positioneringsgordels moeten voldoen aan de norm EN358
Alle inbindpunten moeten een statische belasting van 15Kn gedurende 3 minuten kunnen weerstaan.
De positioneringsgordel moet een 1 meter vrije val met een gewicht van 100Kg aan een 1 meter leeflijn kunnen houden.

Zitgordels moeten voldoen aan de norm EN813
Alle inbindpunten moeten een statische belasting van 15Kn gedurende 3 minuten kunnen weerstaan.
De zitgordel moet een 2 meter vrije val met een gewicht van 100Kg aan een 1 meter leeflijn kunnen houden.

Voor gebruik moet de gordel worden gecontroleerd, let hierbij op de volgende punten:
Verkeert het bandweefsel nog in goede staat, is het niet pluizig, steken er geen lussen draad uit en zijn de draden in het weefsel niet gebroken?
Zijn de stiksels niet gebroken of beschadigd?
Zijn de gespen/sluitingen niet vervormd of beschadigd?
Vertonen de gespen/sluitingen geen vormen van ernstige corrosie?

Maak gebruik van een buddy check systeem, controleer elkaar elke keer na het aantrekken van de gordel. Het is erg belangrijk dat de gordel goed passend wordt aangetrokken.