Katrollen

Een katrol bestaat uit twee of meerdere wangen met een bevestigingsoog, een schijf met lager en een as. Katrollen die gebruikt worden voor werken en redden op hoogte en bij het betreden van besloten ruimten hebben twee functies: de wrijving van de kabel of het touw verminderen en deze van richting te veranderen. Daarnaast kan een katrol ook worden gebruikt om de kracht die nodig is om een last op te takelen te verminderen, bijvoorbeeld in een katrolsysteem.
 

Materiaal
Katrollen worden van verschillende materialen gefabriceerd. Twee veelgebruikte materialen zijn aluminium en roestvaststaal. Aluminium katrollen kunnen enkel gebruikt worden in combinatie met kunstvezel touwen. Wanneer een aluminium katrol wordt gebruikt met staalkabel, vreet de kabel zich in het aluminium. Kabels kunnen enkel gebruikt worden met stalen of roestvast stalen katrollen.
 
Katrollen moeten gecertificeerd zijn volgens de norm EN12278. De markering op de katrol geeft de maximale werklast aan welke minimaal 15kN moet zijn. De maximale werklast wordt bepaald door de katrol aan een ankerpunt te bevestigen en het touw 180º door de katrol te laten lopen. Beide touwuiteinden worden daarna onder spanning gebracht. De belasting van het ankerpunt is twee keer de spanning op een touwuiteinde.
 
Voor gebruik moet de katrol worden gecontroleerd, let hierbij op de volgende punten:
Kan de schijf vrij en gemakkelijk ronddraaien?
Zijn de schijf en wangen vrij van vervormingen, ernstige beschadigingen en corrosie?
Roteren de wangen naar behoren?
Zijn de as, moeren, bouten, ringen enz.,. nog in goede staat?