Persoonlijk valbeschermingssystemen

Wanneer er valgevaar van meer dan 2.5 meter bestaat spreken we van werken op hoogte en moeten er maatregelen genomen worden. Beneden de 2.5 meter moeten er alleen maatregelen getroffen worden als er sprake is van een extra risicovolle situatie. Hierbij kan men denken aan uitstekende delen in de valweg of werkzaamheden boven water of verkeer. Om zo veilig mogelijk te werken wordt een beheersmaatregelenhiërarchie toegepast; risico’s moeten worden voorkomen, beperkt of beheerst. Voorkomen van blootstelling aan valgevaar heeft de voorkeur. Pas als dit niet mogelijk is, worden er maatregelen getroffen om risico’s te beperken en pas daarna om ze te beheersen.       
 
1. Voorkomen
Het werk wordt zo uitgevoerd dat risico’s worden vermeden of worden weggenomen. Bijvoorbeeld door het werk zo te plannen dat er niet op hoogte gewerkt hoeft te worden.
 
2. Beperken
Als het voorkomen niet mogelijk is, moeten er collectieve maatregelen genomen worden. Bijvoorbeeld het gebruik van randbeveiliging, steigers of hoogwerkers.
 
3. Beheersen
Als beperken niet mogelijk is of geen afdoende oplossing biedt, moeten de risico’s worden beheerst door het gebruik van de juiste persoonlijke valbeschermingsmiddelen en systemen

Een persoonlijk valbeschermingssysteem beschermt de gebruiker tegen een val van hoogte door dit vallen te voorkomen of te stoppen. De Europese Norm 363 beschrijft algemene vereisten voor het samenstellen van persoonlijke valbeschermingssystemen. Systemen bestaan minimaal uit een harnasgordel, welke verbonden is met een verankeringspunt middels een bevestigingssysteem, zoals een leeflijn, connector, valdempers, verankeringsmiddelen etc..,.
Globaal zijn er drie types systemen:
 
Werkplekbegrenzing
Een werkplekbegrenzingssysteem voorkomt een val van hoogte door de bewegingsvrijheid van de gebruiker te beperken. Het systeem zorgt ervoor dat de gebruiker plaatsen of posities waar valgevaar bestaat niet kan bereiken.
 
Positioneren
Een positioneringssysteem geeft ondersteuning waardoor de gebruiker de handen vrij heeft om te werken. De ondersteuning wordt geboden door een systeem dat onder spanning staat. Hierdoor kan de gebruiker ook niet vallen. Wanneer de gebruiker in het positioneringssysteem hangt of volledig door het systeem wordt ondersteund, moet daarnaast een tweede, afzonderlijk, (valdemp) valbeschermingssysteem gebruikt worden. Faalt het positioneringssysteem dan vangt het tweede valbeschermingssysteem de val op.  
 
Valdemping
Valdempingssystemen beperken de valhoogte en remmen een val af tot een acceptabele kracht (6kN) op het lichaam. Deze techniek wordt ingezet als er objecten beklommen moeten of als extra veiligheidsysteem bij het positioneren. Het toepassen van valdempingsstechnieken wordt gezien als het laatste middel omdat de kans op vallen aanwezig blijft. 
 
Industrieel klimmen
Deze tak wordt ook wel Rope Access genoemd en wordt toegepast om toegang te krijgen tot plaatsen die niet of moeilijk bereikbaar zijn met standaard toegangsmiddelen. De technieken zijn afgeleid van de bergsport en speleologie. Industrieel klimmen wordt in de norm EN363 gezien als een persoonlijk valbeschermingssysteem. In wezen is het echter een combinatie van een toegangs,- en positioneringssysteem en een valdempingssysteem. De gebruiker is extra beveiligd; mocht het toegangs,- en positioneringssysteem falen, dan treedt het valdempingssysteem in werking en wordt een val gestopt. Industrieel klimmen heeft bewezen een veilige werkmethode te zijn. mits de gebruiker de geschikte middelen gebruikt, de juist technieken hanteert en volgens goede veiligheidsprocedures werkt.  Een goede richtlijn voor het veilig toepassen van industrieel klimmen is de ISO 22846 norm.