Positioneerleeflijn

De positioneerleeflijn wordt gebruik door mast- en paalklimmers om zich te positioneren zodat beide handen vrij zijn. De leeflijn wordt veel gebruikt in combinatie met een positioneringsriem of gordel. Traditioneel wordt de leeflijn verbonden met de D-ring aan een zijde van de gordel, om de paal of mastconstructie heen geslagen en weer aan de andere zijde van de gordel bevestigd. De positioneerleeflijn wordt tijdens de technieken voor het werken en redden op hoogte verbonden in het centrale inbindpunt van de gordel. Zo kan deze gebruikt worden voor het positioneren in constructies of naast een brancard of tijdens het passeren van ankerpunten. De positioneerleeflijn bestaat uit een band of touw met een apparaat om de lengte van de band of het touw te verstellen.
 
De positioneerleeflijn moet voldoen aan de norm EN 358 Verbindingsmiddelen voor werkplekpositionering
De leeflijn moet een statische belasting van 15kN gedurende 3 minuten kunnen weerstaan.
De leeflijn moet een 1 meter vrije val met een gewicht van 100Kg aan een 1 meter leeflijn kunnen houden.
De leeflijn moet voorzien zijn van een geknoopt of gestikt uiteinde, wat voorkomt dat het band of touw uit het verstelapparaat schiet.
Het band of touw welke voor de positioneerleeflijn gebruikt wordt moet een minimale breeksterkte hebben van 22kN.
 
Voor gebruik moet de leeflijn worden gecontroleerd, let hierbij op de volgende punten;
de staat van touw en band;
eventuele beschadigingen aan mantel, stiksels en de ogen;
de staat van de metalen onderdelen;
eventuele beschadiging, vervorming, corrosie, slecht functioneren van de bewegende delen (sluiting, snapper en schroefsluitingen).