Info - Redden in besloten ruimten

Besloten ruimteredding is één van de meest ingewikkelde en gevaarlijkste type reddingen. 

In de ruimte kan een gevaarlijke atmosfeer aanwezig zijn, de kleine in- en uitgangen bemoeilijken het vluchten en bevrijden van slachtoffers. 

Ongeveer 60% van de dodelijke slachtoffers zijn impulsieve redders.

Goede opleiding is een vereiste voor het uitvoeren van een besloten ruimteredding.
 
De rol van de BHV bij hulpverlening in besloten ruimten
Werkzaamheden in besloten ruimten worden altijd uitgevoerd met een veiligheidswacht. De veiligheidswacht houdt toezicht op de betreder en houdt de atmosfeer in de ruimte in de gaten. Mocht de betreder in de problemen komen, dan is de eerste taak van de veiligheidswacht het alarmeren van de bedrijfshulpverlening (BHV). Vervolgens biedt hij / zij hulp aan de betreder. De BHV is de schakel tussen de veiligheidswacht en de professionele hulpverlening.

Ondersteuning veiligheidswacht
De BHV ondersteunt de veiligheidswacht als deze reeds een redding heeft ingezet. Een voorbeeld hiervan is wanneer een betreder door dampen onwel is geworden, de veiligheidswacht de BHV heeft gealarmeerd en daarna de betreder met een reddingslier uit de ruimte heeft getakeld om het hoofd in verse lucht te brengen. De opgeroepen BHV’ers ondersteunen dan de veiligheidswacht met het begeleiden van de betreder, bijvoorbeeld door het mangat. Daarnaast kunnen de BHV-ers eerste hulp bieden.

Ondersteuning ambulance
In een besloten ruimte kan de betreder ook letsel oplopen door onder andere vallen of uitglijden. In deze gevallen kan hij niet zomaar uit de ruimte getakeld worden, dit kan het letsel mogelijk verergeren. Een opgeroepen BHV’er kan wel de ruimte betreden om, in afwachting van ambulancepersoneel, de betreder te ondersteunen en gerust te stellen. Na aankomst van het ambulancepersoneel heeft de BHV’er een ondersteunende rol. In veel gevallen zal de ambulanceverpleegkundige de ruimte niet betreden en kan de BHV’er op aanwijzingen van het ambulancepersoneel handelingen verrichten om de betreder bijvoorbeeld te spalken. Daarnaast zorgt de BHV onder begeleiding van het ambulancepersoneel dat de betreder uit de ruimte wordt getakeld, al dan niet in een brancard.

Voorbereiding
Om als BHV voorbereid te zijn op een ongeval in een besloten ruimte moeten de BHV’ers zijn getraind in hulpverlening in besloten ruimten. Naast het volgen van een reddingsopleiding moeten de BHV’ers op de hoogte zijn van de gevaren die kunnen ontstaan in besloten ruimten. Het is van belang om regelmatig in deze ruimten te oefenen. Zo wordt beperkt dat men tijdens een inzet voor verrassingen komt te staan. 
Het is belangrijk dat er procedures worden opgesteld voor een inzet in een besloten ruimte. Hierin moet onder andere een risico-analyse beschreven staan en welke maatregelen er genomen moeten worden voor het betreden. Daarnaast moet beschreven staan hoe te handelen bij een gewonde betreder en moeten de verschillende mogelijkheden voor bevrijding er in staan. De BHV moet op de hoogte worden gesteld en betrokken worden bij het maken van een reddingsplan, voordat een besloten ruimte wordt betreden voor het uitvoeren van werkzaamheden. Zo weet de BHV in welke ruimte er wordt gewerkt en is deze voorbereid.
 
Het reddingsysteem voor eenvoudige reddingen

Verankering
In veel gevallen moet een slachtoffer / betreder rechtstandig uit het mangat worden gehesen om hem te bevrijden. Daarom is het van belang dat er een hoog ankerpunt boven het mangat wordt gecreëerd. Dit gebeurt door middel van een drie,- of vierpoot die boven het mangat wordt geplaatst. Als de vorm van de besloten ruimte of omgeving dit niet toelaat, kan door middel van een ankerstrop om een liggende en dragende constructie een hoog ankerpunt worden gemaakt. De dragende constructie moet een minimale breeksterkte van 15kN hebben. Bij het bevrijden van een slachtoffer door een mangat in wand van een besloten ruimte, wordt ook een drie- of vierpoot gebruikt.

Gordels
Harnasgordels zijn vaak eenvoudige gordels, uitsluitend ontworpen om een bevestigingspunt op het lichaam te creëren en de val op te vangen. Ze zijn zo ontworpen dat zij in verschillende stadia van een val het lichaam het gunstigst sturen en de klap opvangen.
Een valgordel heeft een inbindpunt hoog op de rug (dorsaal) en/ of op de borst (sternaal). De inbindpunten boven het zwaartepunt van het lichaam zorgen dat men na een val altijd met het hoofd naar boven komt te hangen. Wanneer men aan een rug,- of borstinbindpunt is bevestigd, hangt het bovenlichaam altijd iets naar voren of naar achter. Dit kan een probleem geven tijdens het betreden of evacueren van personen door smalle mangaten. Om deze reden gebruikt men tankgordels, welke vrijwel altijd bestaan uit een valgordel, voorzien van een extra hijslus. Deze lus is bevestigd aan de schouderbanden en zorgt ervoor dat het lichaam zo verticaal mogelijk hangt. In een besloten ruimte is de lus verbonden aan de reddingslijn. In een noodgeval kan de veiligheidswacht de betreder aan de reddingslijn omhoog takelen. De betreder komt dan verticaal te hangen, waardoor deze makkelijker door een smalle opening past. Men moet zich er van bewust zijn dat deze hijslus niet is gemaakt om een val op te vangen.

Reddingslijn / valbeveiliging
De reddingslijn heeft twee functies; tijdens het betreden dient hij als valbeschermingssysteem en tijdens werkzaamheden in de ruimte wordt hij gebruikt om de betreder in geval van nood te bevrijden. Een reddingslijn kan bestaan uit een verticale veiligheidslijn met meelopende valdemper of valstopblok. Tijdens het redden in besloten ruimten zijn hulpverleners eveneens verbonden aan een reddingssysteem, alleen kan deze van buitenaf door een andere hulpverlener worden bediend. Daarnaast gaat het veiligheidssysteem niet perse via een hoogankerpunt.

Afdaal,- en reddingstakel
Als men de besloten ruimte niet met een ladder kan betreden, kan men de hulpverleners met een lier of katrolsysteem in de ruimte laten zakken. De hulpverlener moet hierbij aan ten minste twee afzonderlijke lijnen/systemen zijn verbonden. Een lijn waaraan men de hulpverlener met de lier of een katrolsysteem in de ruimte laat zakken of uit takelen en een reddingslijn, als extra veiligheid in het geval de lier/katrolsysteem faalt. Deze lier of het katrolsysteem wordt ook gebruikt om het slachtoffer uit de ruimte te redden.

Besloten ruimte reddingsbrancard
In besloten ruimten gebruikt men meestal oprolbare coconbrancards. Deze zijn gemaakt van flexibel hoogwaardige kunststoffen. Het slachtoffer wordt op de coconbrancard gelegd en deze wordt om het slachtoffer heen gevouwen en vastgemaakt. De coconvorm vormt een goede bescherming. Er bestaan verschillende coconbrancards, sommige zijn voorzien van veiligheidsbanden en andere weer niet, daar biedt de geslotenheid van de coconvorm voldoende beveiliging. Coconbrancards zijn voorzien van hijslussen voor het verticaal en horizontaal hijsen. Brancards met de verticale hijslussen op schouderhoogte genieten de voorkeur; ze maken het makkelijker slachtoffers te bevrijden. In ruimtes waar geen brancard in past wordt een reddingsstrop gebruikt.